Kroondomein het Loo

Hoe het Kroondomein begon

27 november 1684 is het Koning-Stadhouder Willem III die het middeleeuwse kasteeltje het Oude Loo koopt. Hiermee is het begin van kroondomein het Loo een feit. Nadat hij en zijn voorgangers de jachtgebieden in de Duinen hadden leeggehaald verschoof door deze aankoop het jachtgebied van ons toekomstige koningshuis zich naar de Veluwe.

Het Oude Loo bleek te klein om alle jachtpartijen te huisvesten. Zo werd opdracht gegeven tot het bouwen van Het Loo, wat later uitgroeide tot paleis het Loo.

Het landschap zag er toen geheel anders uit dan nu. De Veluwe bestond vooral uit uitgestrekte heidegronden, bedoeld voor schapenhouderij, zandvlaktes en enkel stukken bos. Schapenhouderij in combinatie met heidevelden was van essentieel belang voor de levering van mest voor de landbouw. Door het hele Kroondomein verspreid zijn dan ook verschillende velden terug te vinden die zich kenmerken als verhoging in het landschap, deze verhoging is het resultaat van decennia opstrooien met o.a. schapenmest, geproduceerd in de potstallen, schaapskooien.

Nu zorgen deze karakteristieke akkervelden voor een divers landschap. Bos wordt afgewisseld met velden en heide en hier en daar een poel. De heuvels in het gebied, gevormd door de voorlaatste ijstijd, maken een tocht door het gebied, middels een goed uitgezette route, een continue afwisseling van landschappen en bezienswaardigheden.

Van heide naar bos

Begin 1900 deed kunstmest zijn intrede en werd de mestproductie snel overbodig. De heide werd waardeloos. Na twee eeuwen als wildbaan en mest productie gebied gediend te hebben groeit het Toekomstige Kroondomein hard. Vele “waardeloze” gronden kunnen worden opgekocht om ontwikkeld te worden. In 1907 wordt het Gortelsebos toegevoegd en aansluitend ook Gortel, daarmee is het noordelijkste punt van het kroondomein bereikt.

Wilde zwijnen in Kroondomein het Loo bij de Stadhoudersleemkuil

Prins Hendrik ging rond de vorige eeuwwisseling voortvarend te werk. Heide werd omgezet naar bos en weide en daarbij werd gebruik gemaakt van de modernste Duitse technieken met stoommachines. De vele leemkuilen in het kroondomein lenen zich perfect als watervoorziening voor deze machines. Vooral het grote Cannenburghergat diende als watervoorziening. Dit gat is uitgegraven in de 17e eeuw om te voorzien in stenen voor de Cannenburgh in Vaassen.

Nu zijn het poelen geworden voor het wild. Zwijnen herten, reeën en ander wild doet zich daar op een warme zomeravond graag tegoed aan het water en de modder. Een halfuurtje stil zitten bij de Stadhoudersleemkuil levert je vaak bijzondere beelden op.

Het gebied wordt omgevormd tot een waar productiebos en voorziet onder andere in dennenhout om te dienen als stutbalken in de Limburgse mijnen. De zaden voor de bomen komen uit Canada en de bomen zelf worden opgekweekt in Brabant. Via het Apeldoorns kanaal worden de jonge bomen in Vaassen uitgeladen bij de Jonasbrug. Hier is nog steeds de aanlegplaats van de boot duidelijk zichtbaar.

Naast de naaldbomen werden ook loofbomen geplant. Nu nog zijn de verschillende kavels herkenbaar. Vele kavels worden echter steeds meer ongevormd door selectieve kap naar meer diverse begroeiing met een focus op loofhout, de meest voorkomende soort hout voor de intrede van de schapenteelt en heide.

Het wild op Kroondomein het Loo

Hoewel het Kroondomein vanaf de de eerste dag veel wild herbergt waaronder herten, reeën, wilde zwijnen en ook wolven krijgen de eersten al snel de overhand. Zwijnen en wolven verdwijnt zelfs. De Edelherten worden gecultiveerd en naar geruchten zelfs gekruist met Franse wapiti-herten om zo een hert te creëren geschikt voor de koninklijke jacht. Het oorspronkelijk Veluwse hert is zo opgegaan in deze nieuwe soort.

De sporen van het onderhouden van deze hertenpopulatie zijn nog terug te vinden in de twee overgebleven voederhutten, te vinden vlakbij Paleis het Loo. Eén van de hutten bevindt zich bovenaan een smeltwatervallei van 150.000 jaar oud, de ander aan de voet van het mooiste uitkijkpunt met een eerbetoon aan jagermeester Haersma de Wit.

Door de openheid van het gebied in het begin was het uitermate geschikt voor de edelherten. Zij zijn geen echte bosdieren, maar leven graag aan de rand van bosgebied om te foerageren op de open velden en de jonge bomen die ontspruiten op de heide te verorberen.

Met de introductie van nieuwe stukken bos werd ook het everzwijn opnieuw geïntroduceerd. begon 1900 werden de eersten geïmporteerd uit Duitsland en vormen zij sindsdien weer een trouwe bewoner van het Kroondomein. Zeer gewild voor de jacht. het duurde nog eens ruim 100 jaar voordat de wolf weer zijn herintrede deed. Pas officieel sinds 2019 verblijft deze weer permanent op de Veluwe en heeft hij zijn leefgebied gevonden op Kroondomein het Loo.

Het Kroondomein verkennen

Kroondomein het Loo is een geweldige combinatie van natuur geschiedenis en cultuur. Hoewel voor veel mensen het wild een bekende attractie is zijn er veel historische punten die het bezoeken waard zijn. Denk aan de eerder genoemde voederhutten, het Wilhelmina hutje of de Kathedraal. Maar ook de grafheuvels en sprengen in Niersen behoren tot Kroondomein het Loo en kennen een geschiedenis die terug gaat tot in de late ijzertijd of het begin vormen van de industrialisatie van Vaassen.

Met onze tochten nemen we je graag mee door dit geweldige gebied. maken we je deelgenoot van de geschiedenis en laten we je met een Koninklijke ervaring weer naar huis gaan.

Zo organiseren we mountainbike tochten en wandeltochten die dit gebied betrekken in hun routes. Altijd in klein gezelschap, opdat we het wild en de rust niet verstoren, want hier kom je voor je rust en het wild.

Meer lezen? ga naar de website van Kroondomein het Loo